Social media en onderwijs

Social media en onderwijs, georganiseerd door #smc024. Alle aanleiding om naar Nijmegen te gaan, want een betere gelegenheid om door leerkrachten zelf te worden bijgepraat was ik nog niet tegengekomen.

Op 25 januari 2012 organiseerde de Social Media Club Nijmegen een bijeenkomst in LUX met twee prima sprekers, allebei werkzaam in het onderwijs: Jan Gijselhart en Joris van Meel. Ik genoot: goed georganiseerd, goed geleid door een van de smcn mensen Raymond Janssen (die de technische strubbelingen van het begin goed en inventief overkletste), prettig debat na de pauze met leraar Gijs Palsrok, die nog heel kort op Twitter zit en het nu al in zijn klas inschakelt en Claire en Rob, leerlingen van Jan Gijselhart die een werkstuk maken over merkenmarketing met behulp van sociale media.

Wat een verschil met het beeld dat toch wel een beetje heerst over het onderwijs en social media: zuchtend onder de werklast, niet op de eerste rij als het gaat om social media gaat, afhoudend… Ik vergelijk het na gisteravond met de ontwikkelingen binnen #vg20 (verstandelijk gehandicapten): er is van alles gaande, het is verfrissend, de nieuwe mogelijkheden worden ontdekt én er wordt ook gepraat over de risico’s.

Natuurlijk zijn er weerstanden, zoals overal: managers, bestuurders, communicatieadviseurs en ouders verliezen de controle. Mijn raad die ik ook in mijn workshops geef: stop met controleren en anticipeer. Kijk wat er gaande is, de jeugd is al veranderd. Nu hun begeleiders nog.

Schiet de boodschapper niet dood!

Uit de grond van mijn hart verzucht ik op een van de sociale netwerken “Ai, weer eens iemand op de tenen getrapt. Hoe vaak is me dat nou niet overkomen als het over (…) gaat…?” Vervolgens lees en zie ik Zorgintensief kind– Willemien Vereijken: Het syndroom van Ebel http://youtu.be/jR48HryxZDs , ook op Lotje en Co http://bit.ly/aJQcwT. Ik herken haar uitspraak: irritatie uit onmacht keert zich tegen de boodschapper.

Boink, t komt binnen. Ja, ik was tijdens het vorige contact met deze begeleidster geïrriteerd. Maar ik dacht dat het was uitgepraat. Maar nee, door mijn houding wil deze begeleidster geen contact meer met me. Het is mijn eigen schuld dikke bult. Dit komt voor, zorgverleners besluiten dit of laten je op een andere manier weten dat je als ouder of kind niet zo hoog van de toren moet blazen. Het gaat dus niet alleen om zorgintensieve kinderen, het gaat ook om zorgintensieve ouders of minder zorgintensieve familieleden, die allang volwassen zijn (bijvoorbeeld kinderen).

Ook bij de zorg rond onze moeder heb ik op tenen gestaan en sta ik nog af en toe op tenen. Dat wekt irritatie. Ik weet het, maar af en toe kun je niet anders. Je zorg is namelijk veranderd in intensieve bezorgdheid over wel en wee. Het is als ouder of partner of kind schipperen tussen begrip opbrengen voor de situatie van verzorgers en management en nadrukkelijk vragen om een goede verzorging van je moeder. Zodra het begrip ophoudt en nadrukkelijk vragen verandert in irritatie uit onmacht, is er een probleem. En dat wordt alleen maar groter als de andere ‘partij’ je erop wijst dat je houding niet goed is, dat jij begrip voor hun moet hebben, dat zij geen tijd voor je hebben, dat ze een andere afspraak hebben die belangrijker is, dat je maar naar hun baas moet gaan, dat iemand anders dat besluit heeft genomen, dat zij alleen maar signaleren en adviseren; kortom, als de boodschapper wordt doodgeschoten.

Omgekeerd maak ik het ook mee. Als zelfstandig ondernemer wil je je klanten ten dienste staan. Zeker in dit tijdperk van web 2.0 (share, conversation) is een open houding belangrijk. Toch zijn niet alle klanten tevreden. Dat is dan ook mijn boodschap tijdens bijvoorbeeld de workshops die ik geef of andere activiteiten die ik onderneem. Onderzoek wat er is, vraag het de klant, praat er met anderen over, check wat er aan de hand is en ga de conversatie aan. Immers, de klant (de burger, de patiënt, de cliënt) is koning. Je komt er niet altijd uit, maar het feit dát je erover praat, zorgt ervoor dat je tevreden uit elkaar kunt gaan en een volgende keer weer zaken kunt doen. Meningsverschillen mogen!

Hoe ga je nu om in dat conflict in jezelf? Het is lastig, want zakelijk weet je hoe het moet. Maar privé blijft het voorkomen. Misschien helpt het als de begeleiders, verzorgers, managers en anderen in… (vul zelf in: de zorg, het onderwijs, …) ons meer zien als klant?