VG2.0 barst los

Mijn eerste ontmoeting met de mensen achter ‘vg2.0’ was op Twitter. Dat was eind 2010. Sanne van der Hagen vroeg wie mee wilde denken, brainstormen. Ze deelde een document via Google Docs. Ja…. riep ik zachtjes. En hoera…

VG2.0 gaat (mijn woorden:)  over nieuwe ict-mogelijkheden voor verstandelijk gehandicapten, inventariseren wat er gaande is en elkaar inspireren. Het gebeurt door mensen, die elkaar zoeken en o.a. vinden via social media. Mijn eerste IRL ontmoeting was tijdens een koffieborreltijdbijeenkomst in een café in Utrecht in april 2011. Wat leuk om mensen te ontmoeten, die je online volgt en kent. Het enthousiasme en de inspiratie spatte ervan af. Maar vooral: de kennis!

Dit waren niet zomaar wat losgeslagen nieuwe media gebruikers. Dit zijn mensen, die weten van de hoed en de rand en in staat zijn samen kastelen te bouwen. Die ontwikkelingen kun je volgen via #vg20 (twitter), de LinkedIn groep VG2.0 en zorg 2.0 voor mensen met een verstandelijke handicap en de website vg20. Om een paar moderne woorden te gebruiken: het is crowdsourcing, innovatie en social media in de praktijk.

Zelf vind ik een van de belangrijkste initiatieven ‘ben jij al online’, dé ICT dag voor verstandelijk gehandicapten op 29 oktober in Elst. Ik mocht daar twee workshops geven: samen met Coen (zie Coen digitaal) over de familiepagina, Facebook en iPad en samen met Arjan Weiland over Hyves . Maar gelukkig kreeg ik wat kans om ook door het gebouw van Droom te lopen; dat was smullen. Ik ontmoette de groep van Theo (maak ook kennis via dit YouTube filmpje), hoorde over de blue call phone!!, waarvan nu een filmpje uit Het Journaal (Be) online staat, hoorde zanger Benjamin, maakte kennis met talloze Twitter gezichten en allerlei andere initiatieven (voor een overzicht zie de website van vg2.0) en genoot van de omhelzing van Coen na onze goed gelukte workshop. Kortom, dit smaakt naar meer.

En het gaat door. Er is veel meer, teveel om hier op te noemen. Doe mee en laat je inspireren.

HET boek: de Appbijbel

– deel 3 in de serie Coen digitaal –

Coen kan aardig lezen. Het schrijven is wat lastiger, maar met een beetje hulp gaat dit redelijk. Om deze vaardigheden te onderhouden bezoekt hij wekelijks de lees- en schrijfles van het ROC A12. Hij gaat er met plezier heen en is liefst een kwartier eerder dan de rest van de cursisten. Er wordt op de les ook met computers gewerkt en hij heeft van de meester de taak gekregen om alle computers in ‘start’modus te brengen, namelijk de oefensite van het ROC.  Een taak die Coen heel serieus neemt.

In de schoolvakantie is er geen les en dat kan ik merken. Vaker dan voorheen moet ik Coen ‘bijspringen’ bij zijn digitale lees- en schrijfverrichtingen. Een les- en schrijflesje van zijn moeder ziet Coen niet zitten, dus probeer ik het met een list. Hij gaat binnenkort  logeren bij het gezin van zijn zus. “Coen”, vraag ik, “zou je niet een leuk leesboek meenemen?” “Dan kan je Job en Fien voorlezen”. Job en Fien zijn zijn neefje en nichtje van 6 en 4 jaar en Coen is dol op hen. Coen is meteen enthousiast en duikt de boekenkast in om een mooi boek uit te zoeken. Maar ondanks een goed gevulde boekenkast kan Coen geen boek naar zijn zin vinden. Ook een bezoek aan de bibliotheek biedt geen soelaas. Ik geef het op.

Een week later, bij het boodschappen, komt Coen dolenthousiast aangehold met een boek uit het tijdschriftenvak van AH. “Ik heb HET boek gevonden, ik heb het boek gevonden”, roept hij keihard,  terwijl het winkelend publiek verwonderd opkijkt. In zijn handen de “App bijbel, de 100 beste apps”. “En ik kan het gemakkelijk betalen van mijn zakgeld”, voegt hij er met een stralende smoel achter aan. Ja, daar kan ik niet tegenop en het boek belandt in het karretje bij de wekelijkse boodschappen.

De Appbijbel gaat mee in zijn logeertas en ik weet zeker dat dit boek stukgelezen wordt … terwijl Job en Fien lekker in hun bedje liggen.

Mieke Custers

WIFI op de Waddenzee

– deel 2 in de serie Coen digitaal –

Je kunt Coen geen groter plezier doen dan met een bezoek aan de Mediamarkt. Zijn moeder moet wel flink veel geld in de parkeermeter doen, want hij is niet een twee drie klaar met kijken, voelen, vragen en zich wentelen in dit luilekkerland van computers en internetgadgets. Ook het reclameblaadje van de Mediamarkt dat wekelijks bij ons op de mat valt, pluist hij op detailniveau uit. De dichtstbijzijnde Mediamarkt ligt helaas toch een aantal kilometers bij ons vandaan en in Wageningen moet Coen het hebben van de plaatselijke computerwinkels waarvan er – tot mijn verbazing maar niet van Coen – toch minstens vijf zijn. De Dixons is daarbij favoriet en de mensen achter de toonbank kennen Coen goed, want we hebben er al heel wat computerinkopen gedaan.

Binnenkort gaat Coen op zeilkamp en de schipper heeft al gemaild of Coen zijn iPad mee wil nemen om de windrichting en eb- en vloedtijden op te zoeken. Coen voldoet graag aan dit verzoek, maar breekt er zijn hoofd over hoe dat nu moet met internet. Is er wel WIFI op de Waddenzee? Gelukkig heeft zijn iPad een 3G-aansluiting en we gaan even naar de Dixons om te vragen hoe een en ander werkt. We krijgen een KPN-mapje mee met een prepaidkaart en een piepklein telefoonkaartje. Thuisgekomen peuteren we eerst het verborgen vakje los aan de zijkant van zijn iPad en schuiven het kaartje erin. Daarna lezen we samen de gebruiksaanwijzing en voeren nauwgezet alle stappen uit. Ja, we zien op het scherm dat KPN de boodschap ontvangen heeft, maar 3G-verbinding, ho maar. We geven het niet op en nemen alle stappen nog eens door. Wat hebben we verkeerd gedaan? Misschien pakt de iPad steeds onze eigen WIFI-verbinding? Coen loopt naar het schoolplein, honderd meter van ons huis, buiten het bereik van onze WIFI. Uit het raam zie ik hem ingespannen bezig op de rand van de zandbak, maar aan zijn gebogen kop kan ik al opmaken dat deze poging niet tot succes leidt. Er moeten hulptroepen komen, dus mailt Coen naar zijn computervriend Jack. Jack komt s’ avonds meteen aangefietst en is met Coen twee uur bezig, maar gaat onverrichter zake weer naar huis. “Hoe moet het nou op het zeilkamp,” vraagt Coen mij bij het naar bed gaan. Ja, daar heb ik ook geen antwoord op. En met diepe rimpels in zijn hoofd valt hij in slaap.

De volgende dag spreken we af dat we ‘s middags als hij terug is van zijn werk naar de Dixons zullen gaan. Zo gezegd zo gedaan. De mijnheer achter de toonbank herkent Coen meteen en zegt dat hij wel even naar Coens probleem wil kijken. Hij gaat aan de slag, maar snapt er ook niets van. Ik zie bij Coen de zweetdruppeltjes op zijn hoofd verschijnen. Is zijn laatste hoop vervlogen? Mijnheer Dixons zegt: “ Dit is een karweitje voor KPN” en belt meteen naar het servicenummer. Na een ingewikkeld gesprek, dat Coen en ik niet kunnen volgen, verschijnt er een glimlach en drukt mijnheer Dixons via het instellingenmenu van Coens iPad de juiste knopjes in. Hoera, 3G doet het!

Met een Hi-five en een overwinningsbrul neemt Coen afscheid van de Dixons. De mijnheer verbluft achterlatend. Zo’n tevreden klant heeft hij nog nooit gehad …

Mieke Custers

Coen, iPad en Opa

In juli mocht ik jullie voorstellen aan Coen Custers, via het blog: Twitter, superdier voor Coen. Samen met Coen geef ik op 29 oktober op VG 2.0 Xperience een workshop over zijn digitale avonturen. Als voorbereiding daarop schrijft zijn moeder Mieke hier regelmatig een blog.

Sinds Coen op 9 april zijn iPad heeft gekregen laat hij hem niet meer los. ‘s Avonds voor het naar bed gaan wordt nog even gecontroleerd of alles in orde is en of er nog wat energie in moet. Vervolgens wordt het snoertje met het minuscule stekkertje voorzichtig aangesloten en de stekker in het stopcontact vlak naast zijn bed gestopt. Want ook s nachts wil Coen er een oogje op houden.

Deze week gaan we naar Opa in Oudewater. “Mag ik mijn iPad meenemen,” vraagt Coen. “Ja, doe maar,” zeg ik, “dat is wel handig”. We hebben het een en ander te bespreken met Opa en dan is Coen even ‘zoet’ met zijn gadget. Coen nestelt zich met zijn iPad in een hoekje van Opa’s overvolle kamer in het verzorgingshuis. Opa is 95 jaar en nog goed bij de tijd, maar van computers en internet moet hij niets weten. ‘Allemaal flauwekul’ zegt hij.

Opa vertelt ons over een autoritje wat hij gemaakt heeft met een van zijn kinderen. Hij heeft de nieuwe haven op de Maasvlakte bezocht en vol verbazing naar de grote containeroverslag gekeken. Hij haalt een oude Bosatlas uit de kast en probeert aan te wijzen waar hij precies geweest is. Maar de Maasvlakte dateert van na de datum van deze Bosatlas. Coen zit aandachtig te luisteren en ik zie zijn vingers vliegensvlug op en neer gaan. “Opa, kijk eens hier, op Google Earth….” En Opa wijst met verbazing op Coen’s iPad de Rotterdamse haven aan en met inzoomen komen we ook nog te weten waar hij lekker op een terrasje heeft gezeten. Nou zeg, wat een toverding!

Even later vertelt Opa over de zangmiddag in het verzorgingshuis.  Er was gevraagd of mensen nog oude liedjes kenden . Opa had één regel van een oud liedje in zijn hoofd, maar jammer genoeg kende hij de tekst niet verder en ook de melodie niet. Coen tikt met mijn hulp die ene regel in op zijn iPad en gelijk vind hij de tekst van het liedje voor Opa op www.liederenbank.nl. En vinden we een live uitvoering  op You Tube! Wat we natuurlijk ter plekke hebben meegezongen. Opa viel wederom van zijn stoel en Coen glom van trots (en wij ook).

“Dag Opa, mag ik volgende week weer mijn iPad meenemen?” “Ja  doe dat maar, jongen, dan kan je Opa weer helpen.”

Mieke Custers

Twitter, superdier voor Coen

Coen Custers en ik kennen elkaar al lang. Van de tijd dat onze dochter Geertje (Jongman) op hetzelfde dagverblijf was als Coen: Calimero in Ede. Bovendien woont Coen net als wij in Wageningen. En dan ontmoet je elkaar wel eens.

Coen en ik zijn vrienden op Facebook. Zijn moeder Mieke en ik ook, maar Coen doet er veel meer mee. Ik stuurde Coen een paar weken geleden via Facebook een vraag of we samen een workshop zullen geven op VG20 Xperience . Toevallig zag ik toen dat Coen vroeg wie superdieren van Albert Heijn voor hem had. En ik dacht: oh, die moeten we voor hem bewaren.

Een uurtje nadat ik het las, op 20 juni, zag ik een RT (retweet, een doorgestuurde tweet op Twitter) van @LadyDjonie, ze had #superdieren over. Het was echt toeval dat ik het zag, want ik lette niet zo op superdieren. Ik heb natuurlijk meteen een tweet aan @LadieDjonie gestuurd en verteld dat Coen superdieren spaart. Even later meldde ook @indigonl en @den1seh dat ze superdieren naar Coen zouden sturen.

Al heel snel kreeg Coen de eerste enveloppe. Hij was heel blij. ‘Via internet’? Hij was ook stomverbaasd. Coen kent wel Facebook en heeft een IPad waarmee hij heel veel doet, maar Twitter kent hij niet.

Hierna ging Coen even op vakantie. Toen hij terug was zag hij de andere enveloppen. Dat was weer een verrassing! Hij ging natuurlijk snel aan de slag met zijn boek. Ik ben een paar dagen later op bezoek gegaan om te praten over onze workshop. Natuurlijk heb ik  uitgelegd hoe Twitter werkt. En Coen heeft me zijn boek en superdieren laten zien. Hij heeft het boek bijna vol! Dank jullie wel!