Een Pokémon op schoot (of: hoe werkt Pokémon Go)

(Eerder gepubliceerd in mijn nieuwsbrief van 15 augustus 2016)

 

Drowzee van Pokémon Go in de bus

Drowzee in de bus

Ook Nederland is er vol van, overal kom je Pokémon-vangers tegen. Er stond er een naast me en toen op me…. Poliwag, werd me verteld, helaas net te laat voor een foto. Maar van Drowzee maakte kleinzoon Devin deze foto in de bus. Zo zie je maar, je hoeft er zelf niets voor te doen, ze komen gewoon naar je toe. Speel je het niet maar wil je meer weten? Hieronder een kort overzicht:

De dag dat je nog scherper nadenkt over wat je deelt

De dag, dat je zegt:

  • nee, dat deel ik niet via (naam van deel-programma). Ik vertrouw internet niet.
  • een land waar de regenbloogvlag mag, deugt.

Regenboogvlag

De dag, dat je denkt:

  • dit kan ik delen, want het gaat over Nederland (artikel in de Correspondent: wetenschappers luiden noodklok over Big Data)
  • dit deel ik niet, want
    • ik breng vrienden in gevaar
    • ik heb geen zin in scheldkannonades
    • ik heb geen zin om te belanden in ja / nee discussies

De dag, dat je constateert: zo was internet altijd, deel niks wat je privé wilt houden. Maar ik denk nog scherper na.

Die dag is vandaag.

 

20 jaar online

Early adopter’, zo noemen ze dat als je er als een van de eersten bij bent. Toch had ik dat gevoel niet toen we in december 1995 een nieuwe computer kochten, dit keer mét internet-aansluiting. Mijn man was immers allang online en ook wat mensen in de VS en Canada met wie ik toen contact had waren er al of kwamen snel. Maar het was – realiseerde ik me jaren later – wél zo. Als ik het toen geweten had, had ik vast meer bewaard.


Gelukkig is er op YouTube een filmpje te vinden
waarin Joop van Zijl in het jaaroverzicht 1996
vertelt wat internet is.

In een brief, die ik in december 1995 schreef en kopieerde, lees ik dat we inderdaad toen een nieuwe pc kochten. Mijn geheugen bedroog me niet. In april 1996 schreef ik vóórdat ik naar een conferentie in Dallas vloog, een e-mail naar mijn internet-vriendin in Canada. Ook daarvan bewaarde ik een kopie. Nou ben ik niet zo’n verzamelaar, maar deze brief en e-mail bewaarde ik om te documenteren wat we later deden: het oprichten van een Europese organisatie voor zeldzame afwijkingen op de lange arm van chromosoom 11.

Handleidingen bewaar ik eigenlijk niet. Ik vond het dan ook een beetje een wonder toen ineens de Handleiding van WorldAccess uit april 1996 opdook, die kreeg ik bij mijn eerste e-mail adres. Daarin staat stap voor stap beschreven hoe je moet installeren, dat je de quarterdeck mosaic browser tegenkomt (‘helemaal klaar voor gebruik’) en hoe je een e-mail verstuurt. Achterin staan de lokale inbelpunten! Het ging dus via ‘inbellen’ en dat betekende opletten want het kon financieel aardig oplopen. Ik herinner me nog dat ik e-mails verzamelde en zoveel mogelijk in 1x inbellen verstuurde.

Handleiding Worldaccess 1996

Ik hoor nog op de achtergrond de het tadoemtadoeeem deuntje van het inbellen. Veelzeggend is dat ik op de voorkant van de handleiding het telefoonnummer van de ADSL Servicelijn heb geschreven, een ander nummer dan de algemene servicelijn! Want zo eenvoudig vond ik het niet.

* * *

Een workshop bij mij volgen?
Dat kan natuurlijk, bijvoorbeeld in een 1op1 workshop

Jij gaat dood. Offline. En online?

digitaleerfenis_max

Jouw digitale erfenis

Wat gebeurt er met je Facebook-account na je overlijden? Wie kan je e-mail beheren na je dood? Is er iemand met wie je in de cloud wachtwoorden hebt gedeeld? Heb je nog niets geregeld, dan is het verstandig om dat te doen.

Omroep Max besteedde op 25 september 2015 aandacht aan je online erfenis. Een goede uitzending. Ik had hem niet gezien, maar Harry Witteveen, oud-cursist en trouwe lezer van mijn nieuwsbrief wees me erop. Vlak daarna ontving ik een persbericht van Maarten Ederveen van MyFarewellbv over de Account Closer app en een mail van lezer Roddy Zecha over een artikel in het Leidsch Dagblad. Dank jullie wel! Reden genoeg om er eens goed in te duiken: wat kun je doen met je digitale nalatenschap? Hieronder heb ik een aantal tips verzameld.

Heb je ook een tip of wil je iets anders delen? Ik lees het graag, bijvoorbeeld via het reactieformulier onder dit blog.

* * *

Een workshop bij mij volgen?
Dat kan natuurlijk, bijvoorbeeld in een 1op1 workshop

Meer senioren op social media, maar lukt het wel?

“Deelname aan sociale netwerken vooral hoger bij 45-plussers” vertelt het CBS op zijn site. Het zijn cijfers over 2014. Eigenlijk staat hier wat we al wisten, maar ik vind het toch altijd prettig om het in cijfers bevestigd te krijgen.

Maar ik wil meer weten. Wat doen we er, kunnen we het goed genoeg (hoe digivaardig zijn we) en hoe gaat het met senioren. Anders gezegd: hoe kan het dat 1/3 van de 75plussers die op internet actief zijn (zie voetnoot*, dit gaat over internetgebruikers!) gebruik maakt van social media en ik om me heen een enorme vraag naar technische ondersteuning zie.

 Gebruik-van-sociale-netwerken-naar-leeftijd-15-06-29

75-plussers zijn niet te oud voor sociale netwerken

Eerst de cijfers uitgewerkt. Uit de tabel hierboven (van de CBS-site) blijkt, dat 65-75 jarigen die internet gebruiken en vooral 75-plussers steeds actiever zijn op social media! Het gebruik van 65-75 jarigen is in twee jaar meer dan verdubbeld: van 23 naar 47%. Dus bijna de helft van deze groep gebruikt een of meer sociale netwerken. En de 75-plussers komen eraan! In 2012 zat 9% op een of meer sociale netwerken, in 2014 was dat 29%. Met andere woorden: bijna 1/3 van de 75-plussers. Het is een groei van 300% in bijna twee jaar. ‘Ik ben te oud’ gaat nu echt niet meer op. Let wel, dit is 2014. We zijn nu ruim in 2015, dat betekent dat het gebruik nog meer gestegen zal zijn.

Er wringt iets

Ook al gebruik je internet, ben je aan het skypen, facebooken of whatsappen, dat wil nog niet zeggen dat je computervaardig of internetvaardig bent. Het CBS heeft ook dit gemeten; de resultaten zijn via de website in het rapport ‘Ict kennis economie 2015’ na te lezen. Onderstaande afbeelding is daaruit afkomstig. Daarin staat wát internetactiviteiten zijn. In de toelichting staat dat ‘veel internetvaardigheden’ inhoudt, dat iemand tenminste 5 van de vermelde activiteiten heeft verricht. Een kwart internetters heeft veel, een kwart doorsnee en ruim vier op de tien internetgebruikers weinig vaardigheden.

internetvaardigheden2014_cbs

En hoe zit het nou met ouderen? Vroeg ik me af. Want ik ben blij met de geconstateerde groei van gebruik van social media voor senioren, maar ik zie ook de enorme vraag naar hulp bij gebruik van ‘apparaten’ en internet. Het antwoord op digivaardigheid bij senioren vind ik in een ander overzicht: Internetvaardigheden naar persoonskenmerken.

internetvaardigheden2014_persoonskenmerken_cbs

Een kleine groep van de 65plussers is internetvaardig, een iets grotere groep is ‘doorsnee’, maar de grootste groep van de internetgebruikers heeft geen of weinig vaardigheden. Bij de 75plusssers meer dan de 65-75-jarigen.

Uit de cijfers van het CBS blijkt ook dat er een groei is in internetvaardigheid, maar de groep met weinig of geen vaardigheden is in 2014 nog groot. Ik verwacht dat de groei doorgaat, maar dat voorlopig de vraag naar hulp en ondersteuning blijft bestaan.

Als we dit serieus nemen, dan moeten we actief senioren ondersteunen en de fysieke mogelijkheden daarvoor bieden. Dat varieert van Wifi in alle zorginstellingen, opleiding van mantelzorgers, doorgaan en uitbreiding van bestaande computerondersteuning aan zelfstandig wonenden, tot alertheid en kennisverbreding van zorgverleners.

Voetnoot:
* 2013: 2 op de 10 75plussers dagelijks op internet http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/vrije-tijd-cultuur/publicaties/artikelen/archief/2013/2013-4005-wm.htm;
*een derde van de 75plusssers gebruikt internet: http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/vrije-tijd-cultuur/publicaties/artikelen/archief/2013/2013-3834-wm.htm 

Aanvullende informatie: